Peru reisverhaal

Peru heeft op toeristisch gebied natuurlijk veel te bieden. De Machu Picchu, de verborgen Inca stad, is een must voor de Zuid-Amerika reiziger.

 Wij zijn inmiddels meer dan een maand onderweg door Zuid-Amerika en hebben zojuist het prachtige Bolivia achter ons gelaten. In Peru is het qua reizigers drukker dan in Chili en Bolivia. Heb je redelijke conditie dan ga je er natuurlijk lopend naar heen Machu Picchu via de Inca Trail. Maar Peru heeft meer, naast het Titicaca-meer heb je hier ook een stuk Amazone, de hoge Andes toppen rond Huaraz, de kustlijn met zijn zeeleven rond Pisco en de Nazca-lijnen. Kortom, een land dat op zich al een reis waard is.

 

Puno

3-5 mei 2003. Gisteren vanuit Copacabana – Bolivia - met de bus naar Puno gekomen. Vanuit deze stad bezoeken we de floating islands op het Titicaca-meer. Dit zijn drijvende eilanden opgebouwd van meerdere lagen riet en bewoond door Uros mensen. De eilanden liggen niet zover uit de kust en zijn eigenlijk niet meer authentiek. De bewoners hebben ontdekt dat je aan toeristen meer verdient dan aan vissen. Jammer dat het toerisme dit soort mensen uit hun wereld trekt, anderzijds gaat hun welvaart omhoog, ze hebben nu zelfs televisie tot hun beschikking.

Na een kort tochtje op een rieten boot varen we met de motor boot verder naar Isla Taquile. Een ‘echt eiland’ op ongeveer 2,5 uur varen. Het eiland staat bekend om het feit dat hier de mannen breien. Ze maken voornamelijk mutsen in verschillende kleuren, de manier waarop je deze draagt geeft bijvoorbeeld aan of je getrouwd of beschikbaar bent.

 

Cusco

De belangrijkste trekpleister van Peru is Cusco. Gelegen in het zuidoosten van het land dicht bij Lake Titicaca en het Amazonegebied. Verweg de grootste groep reizigers komt natuurlijk voor de Machu Picchu al dan niet via de Inca Trail, een voettocht van ruim 42 km door het Andes gebergte. De stad is gezellig en heeft een mooi centraal plein. Dit plein, Plaza de Arma, heeft veel restaurantjes en boekingskantoortjes. Minpuntje zijn de vele verkopers die je over proberen te halen bij hun te boeken, te kopen of te eten. We verblijven en lange tijd in Cusco en gebruiken het als uitvalsbasis voor de Inca Trail en Nationaal park Manu. Verder doen we vanuit hier een tour door de Sacred valley of the Inca’s en maken we met paragliding nog een tandemsprong.

6-19 mei 2003. We reizen vanuit Puno door naar Cusco. De busreizen zijn hier een belevenis op zich. Rond lunchtijd stapt een vrouw de bus in met een gebraden lama op haar rug. De vrouw snijdt de lama op en verkoop deze met gekookte aardappelen en een sausje aan de mensen in de bus. Onze medepassagiers blijkt het goed te smaken want alles gaat op. In de loop van de jaren zijn onze magen wel wat sterker geworden maar we komen toch niet in de verleiding.

Aangekomen in Cusco belanden we in een klein hostel op zo’n tweehonderd meter van Plaza de Armas. Klinkt dichtbij maar het zijn wel tweehonderd meter traptreden in ijle lucht! Dat is alvast een mooie oefening voor de Inca trial. We gaan direct shoppen bij de verschillende reisagenten en boeken onze tours. Let op! Boek je Inca Trail op tijd. De agenten hebben namelijk een aantal dagen nodig om de vergunningen te regelen.

Deze tijd gebruiken we om een dagtour te doen naar de Sacred valley of the Inca’s. Het is een lange dag en we hebben niet echt geluk met het weer. Dit laatste komt hier wel vaker voor door de ligging tussen de bergen. Even een kleine opsomming van de locaties die we deze dag aan doen. De markt in Pisac, erg toeristisch. De ruïnes in Pisac, wel aardig maar een behoorlijk stuk lopen. Lekker geluncht in Urubamba en daarna naar Ollantaytambo. In Ollantaytambo staat een grote Inca ruïne, erg mooi, leuk en interessant. Als laatste gaan we via de Kathedraal van Chinchero we weer terug naar Cusco.

 

Inca Trail

Na een dagje relaxen en inkopen rijden we vanaf de Plaza de Armas met een kleine bus richting ‘km 82’, het startpunt van de Inca Trail. De busrit duurde ongeveer twee uur en gaat over smalle onverharde wegen langs de rivier Rio Urubamba Hier stopt ook de weg. Vanaf hier moeten we te voet verder. De Inca Trail is een uitdaging voor ons minder ervaren hikkers uit dat vlakke Nederland. Het is een vierdaagse tocht van ongeveer 42 km.waarbij je drie hoge bergpassen passeert.

De eerste dag is goed te doen, we maken kennis met de kookkunst van de kok, dat zit wel goed. We passeren op een bergtop de in het dal gelegen Llactapata ruïnes en komen langs het dorpje Huayllabamba. Llulluchapampa is onze campsite, we nemen het hoogst gelegen camp zodat we ‘slechts’ 1200 meter onder de Warmiwañusca pass zitten. Het laatste stuk gaat superstijl omhoog. De schemer begint in te vallen en de dragers beginnen honger te krijgen. Ze kunnen niet langer wachten en komen ons te gemoed. Een aantal van ons worden verlost van hun rugzak. Ze rennen gewoon naar boven, ongelofelijk.

Dag twee staat als zwaarste dag in de boeken. We verslapen ons en vertrekken - na een stevig ontbijt - later dan gewenst. We zitten gelijk in de klim richting de Warmiwañusca pass (4198 meter). Het is erg stijl en het eerste stuk gaat door het bos. Als je denkt dat je er bijna bent, loop je weer tegen een bergwand aan en dan begint de ‘Hell pass’ pas echt. Vanaf hier kun je het hele pad langs de bergwand zien lopen. Het is een slopend stuk met veel traptreden en steeds ijler wordende lucht. Het is echt stap voor stap naar boven. Boven aankomen voelt echt als een overwinning. Mensen gaan trots op de foto en moedigen medeklimmers aan bij het afleggen van hun laatste meters.Na een lange afdaling komen we in een kamp aan en besluiten om hier de nacht door te brengen.

De derde dag is niet zo zwaar maar wel extra lang omdat we gisteren eerder gestopt zijn. Er staan vandaag twee passen op de agenda. We vertrekken vanaf 3700 meter en de eerste pass van die dag ‘second pass’ is op 3998 meter. We bezoeken de Runturacay ruïnes en nemen na de afdaling direct de ‘third pass’ op een hoogte van 3700 meter. Het uitzicht is prachtig. We lunchen en relaxen lekker in het zonnetje, het ergste hebben we nu gehad. Voor we aan de laatste afdaling beginnen bezoeken we de ruïne Phuyupatamarca (naam is toch nog goed voor 2250 google treffers!).

De vierde dag vertrekken we vroeg in de morgen. Het is nog donker en we willen vandaag bij de Machu Picchu de zon op zien komen. Het is een uurtje lopen tot aan de zonnepoort. Hier zit iedereen te wachten op het moment. Wij lopen, op aanraden van onze gids, door tot bij het complex Machu Picchu. Hier zitten we echt eerste rang en genieten van onze welverdiende beloning, de zonsopkomst die de Machu Picchu in het daglicht zet. De rest van de dag brengen we in door in het complex en het dorpje Aqua Caliënte om vervolgens met de trein terug naar Cusco te rijden.

 

Nationaal park Manu

Bij het boeken van de trip naar Manu heb je de keuze met de bus te gaan of te vliegen. Wij besluiten te vliegen en hebben eigenlijk ook geen andere keuze. De bus vertrekt namelijk al op de dag dat we terug komen van de Inca Trail. De vlucht is geweldig. In een éénmotorig vliegtuigje beginnen we aan onze Amazonetrip.

Het vertrek is wel leuk. Niet alleen de bagage wordt gewogen maar ook wij gaan op de weegschaal. Ook mijn zakmes wordt ingenomen door de grondstewardess. We lopen met haar naar het vliegtuig waar ze mijn mes aan de piloot overhandigd en deze vervolgens in het dashboardkastje bewaard. Er is ruimte voor 12 passagiers maar we vliegen met z’n vieren. Een Amerikaanse medepassagier wordt bijna panisch op het moment dat wordt uitgelegd dat we de zuurstofmaskers moeten gebruiken. We vliegen namelijk over een aantal bergtoppen en komen boven de 5000 meter. Zonder drukcabine en zuurstof loop je een beetje blauw aan. Na een vlucht van ongeveer drie kwartier over bomen, bomen en nog eens bomen landen we op een grasveldje ver van de bewoonde wereld.

Park Manu is een nationaal park, erkend door UNESCO. Het grootste gedeelte -ongeveer zo groot als Nederland - is alleen toegankelijk voor onderzoekers. Het kleinere deel voor o.a. toerisme, echter de toegang is beperkt. Slechts vier of vijf reisagenten hebben een vergunning om in dat deel excursies te doen. De rest van de agenten blijven in de culturele zone hangen waar verder weinig wild te zien is. Ook het prijskaartje en de tijd - vijf dagen - dat je minimaal kwijt bent om Manu te bezoeken maken dit park onaantrekkelijk voor massatoerisme.

We slapen voornamelijk in tenten en hebben af en toe de beschikking over een douche. Het eten is zoals gewoonlijk op trips zoals deze weer voortreffelijk. We verplaatsen ons die dagen per boot (er zijn daar überhaupt geen wegen). We hebben zelfs het geluk om een maaneclips te zien. Vanaf een zandstrandje aanschouwen ze het natuurverschijnsel en merken dan wat echt donker is.

Wat zien we deze dagen zo al. Ara's in allerlei kleuren en maten al likkend aan een kleiwand. Omdat ze heel erg schuw zijn zitten we een paar uur in een camouflage boot om ze goed te kunnen zien. Na een tijdje komt er zelfs een poema om de hoek kijken! Dit is echt bijzonder omdat poema’s zelden waargenomen worden. Onze gids, die maandelijks naar Manu gaat, heeft er tijdens zijn acht jaar gidsen nog maar drie gezien. Verder zien we deze dagen heel veel vogels, kaaimannen, schildpadden, otters, vijf soorten apen, capibaras, slangen, kikkers, spinnen (o.a. tarantula), schorpioen en heel veel muggen en zandvliegen.

 

Arequipa

20-23 mei 2003. Vanuit Cusco vliegen we naar Arequipa. We hebben weer een hotelletje vlak bij de Plaza de Armas. De plaza is erg gezellig en het is ’s avonds goed vertoeven op de balkons bij de verschillende restaurantjes. Op het plein is een continue demonstratie van boze leraren, op een avond komen zeker tienduizend mensen op de been om tegen de overheid te demonstreren. We bezoeken Monasterio de Santa Catalina, een prachtig kloostercomplex midden in de stad.

Het uiteindelijke reisdoel voor deze stad is een bezoek aan de Colca Cayon waar we condors hopen te zien. Hiervoor boeken we een tweedaagse trip en gaan met zeven andere reizigers en een gids het bergachtige gebied in. We rijden door pampa de Arieros met uitzicht de bergen Cañaguas (3800 mtr), Nevado Chachani (6057 mtr) en de vulkaan El Misti (5822 mtr). Op de berg Patapamba hebben we op 4800 mtr. hoogte een schitterend uitzicht. Hier ligt volop sneeuw en ik weet een paartje Vizcachas in de lens te krijgen. Dit zijn konijnen met een lange krulstaart. We rijden door en betrekken een klein hotelletje in Chavay. In dit dorpje is een mooi thermisch bad waar we ’s avonds een heerlijke duik nemen. Om een uur of zes in de morgen rijden we verder naar Cruz del Condor, hier is het uitkijkpunt waar de kans op het zien van condors het grootst is. Het is hier erg druk maar we weten een mooi plekje op een klif te vinden.

Het is een enorme kloof die langzaam door de opkomende zon verwarmd wordt. Door de warmte krijg je een opwaartse luchtstroom (thermos) waar de vogels op vliegen/zweven. Na wat wachten is het zover. Eerst een klein aantal condors ver weg in de kloof maar langzaam worden het er meer en komen ze dichterbij. Uiteindelijk scheren ze op enkele meters langs ons uitkijkpunt. Geweldig, vogels zo groot en zo dichtbij. Ze hebben een spanwijdte tot wel drie meter en wegen dan rond de zestien kilo.

 

Nazca

24-25 mei 2003. We reizen vanuit Araquipa met de nachtbus naar Nazca. Het dorpje stelt niets voor maar is bekend om de Nazca lijnen. We boeken direct een rondvlucht voor de middag en bezoeken in de morgen de Incagraven net buiten het dorp. Het klimaat is hier zo droog dat de mummies gewoon boven de grond liggen. De vlucht is fantastisch, met het kleine vliegtuigje vliegen we over alle figuren. Omdat de vlucht pas aan het eind van de middag is staat de zon al wat lager, het voordeel is dat de lijnen nu beter zichtbaar zijn door de grotere schaduw.

 

Pisco

26-28 mei 2003. We zijn inmiddels in Pisco, een stadje aan de kust. Vanuit hier maken we met een snelle speedboot een trip naar Isla Ballestas, dit zijn rotsformaties op 25 km uit de kust. De kracht van water en wind heeft in de loop van de tijd zijn werk gedaan. De eilanden hebben steile wanden, kleine baaitjes en tunneldoorgangen waar de vele pelikanen, meeuwen en pinguïns hun eigen stekje hebben. Ook zijn er veel zeeleeuwen, niet alleen op het strand maar de nieuwsgierigheid lokt vele van hen naar onze boot. In de middag bezoeken we het nationaal reservaat Paracas, jammer genoeg is het geen flamingo seizoen. Het zijn er niet meer dan twee of driehonderd en ze staan te ver van onze spot om een fatsoenlijke foto te maken. Verder zijn we in en bij La Cathdral geweest, geen oud gebouw maar een grote ruimte in een steile rots die je via het strand kunt bereiken. Pas op voor natte voeten, de hoge golven komen vaak verder het strand op, of de grot in dan je verwacht.

 

Lima

Vanuit Pisco is Huaraz ons volgend reisdoel. We reizen via Lima waar we een dagje blijven. Onderweg krijgen we een wegblokkade van boze boeren. Het duurt 3,5 uur, de rit zelf ook dus wordt het toch nog een langer rit. Lima is niet zo’n leuk stad, er wonen 24 miljoen mensen waarvan 80% onder de armoedegrens. Het is een stad waar je extra goed op je spullen moet letten. Zitten we een lekker kopje koffie te drinken begint alles opeens flink te schudden. Het is een vrij heftige aardbeving en deze houdt zeker een minuut aan. De auto’s stopen en mensen rennen de straat op. Gelukkig geen grote schade of slachtoffers bekent. In het episch centrum, ten noorden van Lima wordt 5,1 gemeten op de schaal van Richter. Toch even de schrik in de benen.

 

Huaraz

29 mei - 3 juni 2003. Vanuit Lima gaan we verder naar Huaraz. De keuze of we ’s nachts of overdag gaan reizen wordt een stuk eenvoudiger als we horen dat morgen ook de buschauffeurs gaan staken. We vertrekken laat in de avond maar net buiten Lima lopen we al vast in een blokkade. We staan met honderden andere auto’s vast op de pan American Highway, de verkeersslagader van Zuid-Amerika. Na 1,5 uur komt alles langzaam weer op gang. De blokkade is door het leger met harde hand ontzet. De restanten van de voorste bussen zien er niet florissant uit. Het blijkt dat na de leraren, boeren en chauffeurs vele andere in het hele land in opstand zijn gekomen. Een rede voor de president om de noodtoestand in het hele land af te roepen en hard in te grijpen.

Huaraz is een vredig bergdorpje op 3100 meter hoogte. Deze regio is schitterend door zijn hooggebergte. In het gebied, Cordillera Blanca, vindt je de hoogste Andes-toppen van Peru. Na een dagje relaxen, doen we een toertje ten noorden van Huaraz. We rijden via Carhuraz naar Yungay. Het oude Yungay heet tegenwoordig camp Santo. Dit is de plaats waar in 1970 een enorme ramp plaats vond. Door een aardbeving brak een bergtop/ijspiek af die een aardverschuiving veroorzaakte. Het stadje werd ’s nachts verrast door een golf aan puin en modder die met 200 km/u op het stadje af raasde, de 18.000 inwoners waren kansloos en verloren het leven. Op camp Santo zie je nog een aantal restanten boven de grond uitkomen zoals een tankwagen en een bus. Ook delen van de Cathedral staan nog overeind.

We rijden door naar laguna Llanganuco. Dit meer ligt in nationaal park Huascaran op een hoogte van 3850 meter. We relaxen hier en genieten van het prachtige uitzicht over de berg Huascaran. Met zijn piek op 6768 meter een van de hoogste bergen van Zuid-Amerika. Verder gaan we vanuit Huaraz nog een dagje naar Chavin. Het is een lange dag maar de uitzichten maken alles goed. De ruïnes Chavin de Huantar zijn uiteindelijk wel aardig maar niet bijzonder. 

 

Richting Ecuador

We besluiten Peru te verlaten en gaan door naar Ecuador. Het noorden van het land laten we verder zitten omdat we hier geen hoogtepunten meer verwachten. Ook spelen de onlusten in het land mee, deze beheersen nu de dagelijkse televisie en het straatbeeld. Verder zitten we ongemerkt al weer in onze laatste weken van onze reis ‘we moeten opschieten’.