Galapagos eilanden reisverhaal 

Het bezoek aan de Galapagos-eilanden is simpelweg samen te vatten in één woord: geweldig.

Als je de kans krijgt om hier een bezoek te brengen laat deze dan niet onbenut. Later begrijp je wat we bedoelen.

 

Santa Cruz

19 juni t/m 25 juni 2003.  We vliegen aan op Santa Cruz/Baltra, het centrale eiland waar het grootste deel van de bevolking woont. De overige eilanden zijn bijna allemaal beschermd natuurgebied. Dit houdt ook in dat je er niet kunt overnachten. Het reizen gaat hier voornamelijk per boot, wat tevens onze overnachtings- en verblijfplaats is. 

De ‘Ambasador1’, onze boot, is een van de grotere boten rondom de Galapagos-eilanden. Met als groot voordeel een groot bereik - onderweg even tanken is er niet bij - en je kunt dus ook de uiterste eilanden bezoeken. Verder is het als voordeel dat de boot stabiel in het water licht, erg lekker voor mensen die gevoelig zijn voor reis- en zeeziekte. De dagen zien er grofweg als volgt uit: ’s nachts vaart de boot naar het volgende eiland op de route. ’s Ochtends en ’s middags worden we met motorbootjes gedropt op een eiland die we met een gids bezoeken. 

Zorg dat je voldoende rolletjes of geheugen voor je fototoestel bij je hebt. Ik schiet met gemak een diarolletje per dag weg. Een goede natuurgids meenemen is een aanrader. Zelf hebben we ‘Wildlife of the Galapagos’ in Quito gekocht (ISBN:0002201372). We vinken hierin de gespotte dieren, vogels en planten in af. Je ziet hier zoveel, dat kun je onmogelijk onthouden. We hebben geen reisverhaal bijgehouden van dit stuk onze reis. Onze route gaat langs de eilanden: Bartolomé, Isabela, Fernandian, Santiago, Rabida, Floreana, Santa Cruz, Seymour, San Cristobal, Española en vervolgens weer terug naar Santa Cruz. Vanaf het vliegveld op Baltra vliegen we via Guayaquil en Madrid weer terug naar Nederland. Hier eindigt onze reis na drie maanden.