Chili

Chili reisverhaal

Chili is het eerste land dat we bezoeken tijdens onze reis door Chili hebben we pas op het laatste moment aan ons reisschema toegevoegd.

Dit naar aanleiding van een gesprek met een enthousiaste reiziger op een reizigersbeurs in Bussum. Hij vertelde dat het goedkoper en leuker is om op Santiago aan te vliegen dan op Santa Cruz in Bolivia. Goede tip, op die manier kan je via San Pedro richting Bolivia en zie je nog een stukje van Chili. Met het uitstippelen van de nieuwe route besloten we ook om een cursus paragliding te gaan volgen in Iquique. Ons verblijf in Chili was natuurlijk veel te kort om het hele land te zien. Om heel Chili te kunnen zien moet je volgens ons zeker een maand uittrekken. Wil je ook Patagonië aandoen let er dan op dat je in onze winter gaat, anders is het daar veel te koud.

 

Santiago de Chile

Santiago is voor een wereldstad erg schoon maar net als in alle andere grote wereldsteden heerst hier een enorme verkeersdrukte. Wel valt op dat de verkeersregels hier heilig zijn, rood is rood en voorrang is voorgang ook al sta je daar door een paar minuten te wachten tot alle voetgangers overgestoken zijn. Ondanks dat de er nauwelijks gebruik gemaakt wordt van de claxon is er bijna geen rustig plekje in de stad te vinden. De mensen zijn aardig en er zijn geen opdringerige straatverkopers. Waarschijnlijk komt dit omdat de Chilenen nauwelijks Engels spreken, ook met de jongere generatie is conversatie alleen in het Spaans mogelijk. Het is dus een must om voor je vertrek naar een land als Chili een beetje Spaans te leren. Ondanks enige armoede geeft de stad toch een veilig gevoel als je op straat loopt, zelfs ’s avonds in het donker.

2-4 april 2003. Na een lange vlucht komen we in de ochtend aan in Santiago. We hebben voor de eerste paar nachten vanuit Nederland een hotel geboekt. Zo hoef je na een vermoeiende reis niet eerst een hotel te zoeken, sterker nog, je hebt een transfer naar je hotel zodat je de eerste dag niet meteen opgelicht wordt door een taxichauffeur omdat je de waarde van het geld nog niet kent.

Na een lekkere douche de stad ingelopen, we zitten niet zover van het centrum. In dit deel van de stad zijn veel winkels en grote kantoren. Op straat zie je veel mensen, van schoenenpoetsers tot zakenlui in 3d. Tussen een en drie uur ‘s middags gaat iedereen lunchen, meestal in een snackbar een broodje waar de nodige sausen overheen gaan of gewoon een broodje kip uit een tentje langs de straat. Het rustpuntje van de dag vinden we in het park op de heuvel Cerro Santa Lucia. Het is eigenlijk een grote rots van 630 meter hoog aan de westkant van het centrum. Je kunt daar met een lift omhoog. Vanaf hier het je een mooi uitzicht over de skyline van Santiago. Tijd voor een siësta, we moeten nog wennen aan het tijdsverschil.

Vanmorgen opgehaald voor een stadstour, deze kregen we bij het boeken van het hotel. Pablo - zo heten ze bijna allemaal - is onze gids en hij laat ons eerst het gebied met alle overheidsgebouwen zien. Hier veel koloniale en nieuwe gebouwen naast elkaar. Daarna naar en ander deel van de stad waar we een bezoek brengen aan een van de twee grote renbanen van Santiago. Jammer genoeg zijn er geen races maar we kregen wel een goede indruk van de renbaan en haar koloniale gebouwen. Vanuit daar naar het noorden van de stad gereden waar we op een heuvel een park bezochten waar we een mooi overzicht van de stad zouden hebben. Echter door de smogvorming in deze immense stad blijft het zicht beperkt. De tour is afgelopen en we trekken ‘s middags een wijk in even buiten het centrum. Je zit gelijk in een andere wereld, hier wonen de ‘gewone’ mensen dus geen grote kantoren maar rustige straatjes. We gaan een klein restaurantje binnen en zijn volgens mij de eerste toeristen aller tijden. De ober durfde in eerste instantie niet naar ons toe te komen maar uiteindelijk vertelde hij in het Spaans en twee woordjes Engels het dagmenu, salade, kip, patat en meloen als toetje.

In Santiago hebben we verder niet zoveel bijzonders gedaan. We waren trouwens nog in een park in Santiago, zitten we daar lekker op een bankje een broodje te eten, komen er een paar schooljongens van een jaar of dertien naar ons toe. Ze hadden volgens ons een opdracht om allerlei planten en bomen te onderzoeken in het park. En om parkbezoekers te vragen wat ze van het park vonden. Zo’n jochie begon dus een heel verhaal in het Spaans totdat we zeiden dat we geen Spaans spreken. No hablo Español, tu hablas Ingles? Dat spraken ze natuurlijk niet dus weg waren ze… dit gebeurde zo’n vijf keer. Eentje was er zo slim om te vragen waar we vandaan kwamen en wat onze namen waren.

 

Iquique

5-10 april 2003. Vanuit Santiago vliegen we naar Iquique. Dat ligt in het noorden van Chili. De bus was voor ons geen optie dat zou 26 uur reizen zijn. Met het vliegtuig ging alles supersnel. Totaal zo’n 4 uur, inclusief tussenstop. Op het vliegveld staan de busjes al klaar om ons naar het centrum van de stad te brengen wat 41 km verderop ligt.

Iquique is een fijne stad, lekker rustig en met een relaxed sfeertje. Het hotel wat we hier hebben is wel grappig op het toilet na, dit is een beetje behelpen. Volgens ons zijn we op dat moment de enige gasten in het hotel, maar later zien we toch nog andere gasten. Waar we trouwens moeilijk aan kunnen wennen zijn de etenstijden. Ontbijt rond 8.00 uur dat is oké, lunch tussen 14.00 en 15.00 uur dat is al wat minder en avondeten tussen 20.00 en 22.30 uur. Dat is erg laat. Veel restaurants worden dan ook pas rond 21.30 uur druk. Dan zijn wij ongeveer al uitgehongerd.

Vandaag een tour door de omgeving van Iquique. We bezoeken o.a. een oude natriumfabriek in Santa Laura en komen langs de rotstekeningen in Pinta Dos, de dorpjes Mitilla en Pica en een beroemd kerkje in La Tirana. Dit deel van Chili is een grote woestijn maar in de winter lopen grote vlaktes vol met een klein laagje water. Het gebied is trouwens een nationaal park en heet Pampa del Tamaragal.

Deze dagen vullen we met een cursus paragliding, dat is echt super. De eerste drie dagen oefenen we het oplaten van de parachute en maken we korte vluchten. Met als resultaat dat de binnenkant van onze armen vol met striemen en blauwe plekken zitten. Ook onze beenspieren zijn flink geoefend door het omhoog lopen iedere keer - uiteraard door mul zand, het is hier een grote woestijn -. De vierde dag maken we onze solo vlucht. Vanaf een 600 meter hoge bergwand vliegen we het dal in. Een tochtje van ongeveer 10 minuten. Ook maken we ieder apart een wat langere tandemvlucht boven de stad, dat is pas het echte werk.

Zitten we ´s avonds te eten begint de tafel opeens te trillen. Wij onwetende Hollanders denken: “Zo dat is een zware truck die voorbij komt”, blijkt het een aardbeving te zijn.

 

San Pedro de Atacama

11-15 april 2003. Vanuit Iquique rijden we met de bus naar San Pedro. Eigenlijk willen we eerst naar Calama om daar de grootste open mijn ter wereld te bezoeken. Maar we rijden door naar San Pedro met het idee vanuit daar een excursie naar de mijnen te boeken. Eenmaal aangekomen blijkt dat vanuit Calama geen excursies gedaan worden. Dat is een tegenvaller maar geen reden om weer terug te gaan. San Pedro is een klein en gezellig backpakkersdorpje vlak bij de grens met Bolivia. Vanuit hier vertrekken de tours naar de Uyuni zoutvlaktes. Voor ons de eerste kennismaking met de hoogte, we zitten hier op 2440 meter. Salar de Atacama schijnt een van de droogste gebieden ter wereld te zijn. Voor zover ze zich kunnen herinneren heeft het hier nooit geregend!!

Naast deze enorme zoutvlakte heeft het dorpje nog meer te bieden. We boeken voor de dag (nacht) na aankomst een tour naar de El Tatio geisers. Deze geisers liggen op zo’n 80 km van San Pedro op 4300 meter hoogte. We worden om een uur of drie opgepikt en rijden met een man of 20 in een busje naar de geisers. De wegen zijn natuurlijk vreselijk maar het lukt om af en toe weg te dommelen. Rond een uurtje of zes komen we aan bij de geisers. De zonsopgang laat niet lang op zich wachten en dat is maar goed ook want het is hier behoorlijk koud. De geisers komen alleen rond zonsopgang in actie omdat de zon de aarde opwarmt en het water onder de aardkorst tot het kookpunt brengt. Als de geisers in actie komen worden we getrakteerd op een schitterend schouwspel. Jammer dat je je bijna niet kunt bewegen, niet dat alles vast gevroren is maar door de ijle lucht heb je zuurstofgebrek en een verhoogd hartritme. 

Wij Hollanders onderschatten echter de hoogte, binnen 24 uur van zeeniveau naar 4300 meter is geen aanrader. Jacqueline krijgt last van hoogteziekte, de hoofdpijn slaat toe en ook de ruige wegen brengen haar maag van slag. We besluiten dat het niet verstandig is om direct door te reizen naar de hoogvlaktes van Bolivia, daar zouden we naar de 5000 meter hoogte gaan. We blijven wat langer in San Pedro om daaraan te wennen. Deze tijd besteden we aan The Valley of the Moon, een dagje paardrijden, museum Gustavo Le Paige en natuurlijk relaxen.